A once in a lifetime experience

Sandra Rogiers Positivo Ofnie Leave a Comment

Nadat ik gisterochtend mijn blog gepost had, dacht ik: Voilà, dit is voorlopig de laatste, er zitten geen ideeën meer in mijn hoofd tegen elkaar aan te dringen, roepend “Kies mij, kies mij!”. Maar toen wist ik nog niet dat ik luttele uurtjes later een heel bijzondere wandeling zou maken…

We gingen naar een bos. Een bos dat begint met een begrazingszone, maar waar we in al die keren dat we daar naartoe gingen nog nooit een koe hebben zien loslopen.

Deze keer wel! Er stonden drie heel mooie exemplaren (Galloways, zegt dat je iets?) te grazen in de dreef waar we langs gingen. Als kind liep ik ook al wel eens langs een koe, maar deze keer had ik echt zoiets van… “Waw, zo speciaal!”. En wat een vertrouwen dat ze gewoon bleven staan en verder graasden…

Mijn uitbundigheid moest er op één of andere manier uit, het volgende stuk legde ik huppelend af. (Ver genoeg van de koeien, hoor, zie dat ze van de schrik op hol sloegen!)

Toen we uit een klein paadje kwamen zagen we dat er in de volgende dreef een loopster afkwam. (We waren blijkbaar niet de enigen die graag vroeg naar een bos gaan, om zo weinig mogelijk volk tegen te komen en zo veel mogelijk stilte te ervaren.) We bleven staan om haar te laten passeren en ik riep lachend ‘We gaan gepaste afstand houden!’ ‘Maar ik moet eigenlijk langs daar!’ riep ze lachend terug, waarna we vlug verder de dreef in hupsten.
Ik weet niet hoe jij het ervaart, maar daar krijg ik ook een soort energie van, van mensen zien lachen…

Nog een stuk verder wou de zoon even blijven staan, want hij had iets gehoord. (Mijn man en zoon zouden eigenlijk goeie gidsen zijn, die hebben altijd alles gehoord en gezien.) En inderdaad, ik hoorde het dan ook. Een krasserig getik. Een eekhoorntje dat langs een boom naar beneden liep. Zo móói! Die durfde wel dichtbij, zeg!

We schrokken toen het echt wel héél dichtbij kwam! Naar de grond, naar het pad, naar mijn man toe. (Ik begreep zijn misverstand wel, het is dan ook een boom van een vent.) Mijn man deed voorzichtig enkele stappen opzij om het diertje niet te verstoren (het zag er nog een redelijk jonkie uit) maar het bleef hem volgen. Daarna was mijn zoon aan de beurt. Hij bleef wel staan, en het kroop tot op zijn schoen. En dan was-ie weer weg.

Wij nemen al een tijd niet veel foto’s meer als we ergens naartoe gaan, ik heb het gevoel dat ik dingen intenser ervaar als ik er in het echt naar kijk, dan door de camera, maar dit moest toch wel vastgelegd worden. Geen supermooie foto’s, een beetje wazig misschien zelfs, want zowel mijn man als ikzelf keken maar amper naar wat we aan het doen waren met onze gsm om dit magische moment niet te missen, maar toch…

Zoonlief zei het luidop: dat hij zó blij was dat hij meegekomen was en dit meegemaakt had.
Ik ook. Een once in a lifetime experience. Komen we vast geen tweede keer tegen.

Weer huppelde ik van blijdschap en enthousiasme verder. (Het Laa laa la la la laa van Smurfinnetje dat direct in mijn hoofd klonk zong ik maar heel stilletjes zodat enkel mijn zoon het kon horen. Die kent mijn kuren wel al en glimlachte naar mij.)

We kwamen nog een vroege loopster tegen. Ik zei goeiemorgen en ze zei heel serieus goeiemorgen terug. Ik riep in een opwelling ‘Goe bezig!’ en ze glimlachte.

Wat verder vroeg ik uit zottigheid aan mijn twee mannen of ze Monty Python-gewijs The Ministry Of Silly Walks wilden doen. De zoon vroeg wat dat was (dan móest ik het wel even voordoen, hé), terwijl mijn man met pretlichtjes in zijn ogen antwoordde dat dàt erover was.

Een boom vasthouden, dat kon er wel mee door. Wat was het al lang geleden dat ik dat nog eens gedaan had. Je zal het vast onnozel vinden, maar ik praat daar dan tegen. (Niet dat ze iets terugzeggen, hoor.) ‘Dank je wel dat je voor zuurstof zorgt.’ ‘Sorry dat ik dat iets moeilijker maak door met een auto te rijden.’
Ik voel me dan ook een deel van hun netwerk. Alsof ik dan met mijn ingebeelde wortels verbonden ben met de hunne die boom na boom door elkaar groeien, een heel bos vol.
Mijn handen en armen begonnen te zinderen.

In het laatste stukje van onze wandeling gebeurde nog iets dat mijn hart een sprongetje liet maken: ik zag voor het eerst in mijn leven een Vlaamse Gaai in het echt. Heel kort, maar toch maakte het me blij.

Heel voldaan keerden we weer huiswaarts. Wat een zalige wandeling was dat geweest…

O, en in de late namiddag hebben we voor ons huis samen nog wat getuinierd. Er passeerde op het gemak een oudere man op de fiets, hij keek naar wat we aan het doen waren en zei ‘Goe bezig!’.
En ik glimlachte…

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.