Cliffhanger

Sandra Rogiers Positivo Ofnie Leave a Comment

And the soap goes on…
Mijn verhaal was eigenlijk nog niet gedaan. Ik had gisteren, zoals bij echte soaps, mijn blog moeten laten eindigen met een cliffhanger.

Toen ik van het ziekenhuis naar de auto wandelde, maakte ik plaats voor een andere voetganger die me tegemoetkwam, want anderhalve meter, weet je wel, en hij zag er nogal bang uit.

Ik stapte recht in een putje en sloeg mijn voet om. Gelukkig deed dat niet echt zeer, dus stapte ik gewoon door naar de auto.

Toen ik ’s avonds na het koken de mixer wou opruimen glipte de kabel uit mijn handen en belandde de stekker met de smalle kant keihard recht tegen mijn enkel, maar gelukkig deed het niet àl te veel zeer, tegen dat ik aan tafel zat voelde ik het al niet meer.

Tot ik ongeveer een halfuur ontspannen in de zetel zat. Plots een apotheose van pijn! Ineens deed mijn voet òveral zeer! Beide enkels, mijn hiel, wreef, alles gewoon. De ene pijnscheut na de andere, wat was me dat?!

Ik zei onlangs nog tegen iemand dat je niet weet wat pijn is, hoe dat voelt als je het nog niet meegemaakt hebt. Da klopt dus! Nu wist ik wat “niet weten waar gekropen van de pijn” betekent.

Warmte, wat me bij lichte pijn altijd helpt, deed helemaal niks. Bevroren koelelementen ook niet. Tijgerbalsem idem. Ik heb zelfs een Dafalgan genomen (en dat wil al wat zeggen, normaal hebben wij dat in huis voor het geval dat en mogen we het na enkele jaren allemaal weggooien wegens vervallen) maar zelfs dat hielp niet.

Ik hinkelde ondersteund door mijn dochter naar toilet, deed daarna mijn pyjama zittend aan en legde me terug in de zetel, want de trap op naar bed zou me niet lukken.

Mijn man en kinderen installeerden me met kussen en deken, ze haalden mijn boek en mijn oordoppen, zetten een flesje water, een potje noten en een banaan klaar op de salontafel naast mij (voor als ik al honger of dorst had vóór zij op waren), legden mijn gsm naast me voor mocht ik Manlief ’s nachts nodig hebben en overlaadden me met slaapwel-knuffels.

En ik begon te huilen. Niet van het zeer. (Wat, nu ik erover nadenk, een beetje vergelijkbaar was met persweeën, maar dan constant en veel langer en nog erger.)
Nee, ik huilde omdat ze zo goed voor me zorgden.

Ik hààt het om aan de ontvangende kant te staan. Ík wil de verzorger zijn. Ík wil degene zijn die eten voor de neus van man en kinderen zet, niet omgekeerd. Ík wil degene zijn die hén helpt. Ik wil alles zelf kunnen, ik wil mijn plan kunnen trekken, eigenlijk wil ik onafhankelijk zijn en geen hulp nodig hebben.

Maar dat kan niet, hé?
Dat hóeft zelfs niet te kunnen…

De ochtend erna was het al veel beter. Toch ging ik naar de dokter, die mijn voet in een steunverband stak: licht verrokken ligamenten en getoucheerde pezen. (Goe bezig…) Niet te veel op staan en zoveel mogelijk met mijn voet omhoog liggen/zitten. Over een dag of vier-vijf zou het zowat over moeten zijn.

Dan heb ik dus enkele dagen tijd om te leren omgaan met “de hele tijd voor gezorgd moeten worden”. Hulp leren aanvaarden.
Een les waar ik maar blijf tegenaan lopen.
Die was ik eigenlijk vergeten op mijn lijst van dag negen te zetten.

Lijst? Dag negen? Waar héb je het over?

O ja, ook waar, daar heb ik het nog niet over gehad.
Da’s dan voor een volgende blog, want deze is al ongelooflijk lang geworden.

Heb ik tóch nog een cliffhanger, haha!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.