De pseudo-vegetariër

Sandra Rogiers Positivo Ofnie Leave a Comment

Hoi, lieve lezer. Een hele, héle lange en waarschijnlijk ook hele saaie blog vandaag. Meer een soort liefste dagboek-moment. Ik moest het eens van me afschrijven.
(Mocht je toch verder lezen: please, don’t judge me, ik ben zelf beschaamd en teleurgesteld en een beetje boos op mezelf…)

Ergens eind augustus ben ik na die vleesloze periode ook gestopt met vis eten. Nu ik geen dierlijke eiwitten meer binnen kreeg door vlees of vis, ben ik wat meer plantaardige eiwitten gaan eten, aangezien eiwitten (proteïnen) heel belangrijk zijn voor onder andere de opbouw van je spieren.

Toen ik me echt wel slapjes begon te voelen at ik er nòg meer. Maar na een week voelde ik me nog slechter: nog slapper, ik sliep heel slecht, ik leek niet meer te kunnen lezen want al die woorden kwamen precies niet meer in verstaanbare zinnen binnen,…

Die nacht droomde ik tijdens de stukken slaap die ik had telkens weer hetzelfde: dat men dacht dat het mijn MS was die opspeelde en dat ik daarom mijn jaarlijkse MRI vervroegd moest ondergaan, en een stem die constant zei “Eet toch een stukje zalm!”.

Helemaal gebrainwashed door mezelf ging ik ’s morgens naar de diepvries en vond nog een pakje zalm, dat ik stoomde.
Eerst lukte het me zelfs niet om mijn vork vast te pakken om er een stukje op te prikken. Ik zag een spartelende vis voor me, die alleen maar wou leven!
Ik prikte toch een stukje zalm op mijn vork, stak het in mijn mond en begon heftig te kokhalzen. (Ik snap het ook niet, enkele maanden eerder kon ik nog makkelijk vis eten.)
Ik sprak mezelf streng toe: komaan, probeer het, doe het voor een sterk lichaam. Doe het zoals je wel nog vlees bakt voor je gezin: knop omdraaien, verstand op nul en ergens anders aan denken.
En inderdaad, nadat ik dat stuk zalm binnengekregen had, voelde ik me langzaam terug beter.

Voor een dag of zes. Toen begon ik me terug slap te voelen. En droomde ik van een stem die telkens weer zei: eet eens een kotelet! Wat ik gedaan heb. Allee, een klein halveke kreeg ik binnengepropt, meer ging echt niet.

Het hielp niet dat ik mezelf herinnerde aan dat bloedgroep-dieet waarbij bloedgroep O behoefte heeft aan vlees en vis.

Het hielp niet dat ik een webinar over stofwisselingstypes gevolgd heb waaruit bleek dat genetisch vastligt of je een eiwittype bent (behoefte aan vlees en vis) of eerder een koolhydraattype (die meer nood heeft aan koolhydraten en onder andere makkelijk weg kan met plantaardige eiwitten) of een mengtype.

Het hielp niet dat ik me plots herinnerde (wat werkt het geheugen toch wonderlijk, dat je soms vergeet wat je niet wil weten) dat die holistische dokter van die voordracht over vegetarisch eten waar ik het een tijdje geleden over had zijn voordracht afsloot met de mededeling dat hij uit de praktijk geleerd heeft dat volledig vegetarisch eten voor heel wat mensen nadelig is en dat hij toch aanraadde om één à twee keer per week wat wild of gevogelte te eten en één à twee keer per week wat vette vis.

Het hielp niet dat ik dacht aan wat mijn vader vertelde toen hij hoorde dat ik toch een stukje vis gegeten had: dat hij eens een documentaire gezien had over een leeuw die om één of andere reden een antilopejong beschermde en door geen andere dieren meer te eten zienderogen zelf achteruit ging. Tot hij zo zwak was dat hij die antilope niet meer kon beschermen en het alsnog opgegeten werd door andere leeuwen.
En dat ik misschien beter om de paar weken tóch een stukje vlees zou eten, dat zei hij er uit bezorgdheid ook nog bij.
(Ik heb trouwens nog niet verteld over toen ik mijn vader vertelde dat ik vegetarisch was beginnen eten. Ik was heel benieuwd hoe zijn reactie zou zijn, aangezien we thuis altijd veel vlees gegeten hebben. Het enige wat hij zei was: ha ja, dan gaan we eens moeten nadenken over wat we met Kerst voor jou gaan voorzien. Hoe lief! (En hoe hoopvol waren we toen nog: dat we samen Kerst zouden kunnen/mogen vieren, maar da’s dan weer een heel ander gesprek.))

Het helpt niet dat één van de vijf reikiprincipes die ik nu zowat elke dag opzeg is “Ik ben goed voor al wat leeft”, en het hielp toen zeker niet dat ik me drie dagen later alweer slapjes voelde. Toen had ik er genoeg van!

Ik ben eens gaan denken hoe dit zo gekomen was. Toen ik nog wel vlees at, gebeurde het ook wel eens dat ik er langere tijd geen at, zonder dat ik er daarna at omdat ik me slapjes voelde, maar gewoon omdat ik er toen zin in had. In mijn geen vlees-wel vis-periode at ik ook maar om de paar weken of zo eens vis. En toen voelde ik me wél goed. Hoe komt dat?

Omdat ik ben gaan nadenken over hoe ik als vegetariër moest eten. Hoezo luister ik niet meer naar wat mijn lichaam nodig heeft? Sinds wanneer voel ik niet meer wat welke voeding voor me doet?

Denk eens hoe je vroeger at, toen voelde je je zo goed als mogelijk.
Héél veel groenten en fruit, (veel zetmeelgroenten ook, echt krachtvoer voor mij), afwisselend aangevuld met rijst, soms wat quinoa, havermout, speltpasta, soms boekweit, heel weinig brood (liefst niet van tarwe), goeie vetten, af en toe eens linzen, erwtjes of kikkererwten, wat kaas, geregeld eieren, redelijk wat noten, pitten en zaden,…
(Meestal at ik toen één keer per week vlees of vis, soms twee keer per week, héél soms drie keer per week en soms had ik er een paar weken gewoon geen zin in.)

Conclusie: ik at nu zodanig veel plantaardige eiwitten dat ik veel minder groenten en fruit at of kon eten. (Ik ben trouwens ook geen topsporter die ongelooflijk veel eiwitten nodig heeft.)
Bovendien heb ik het nooit zo voor sojatoestanden en heel veel/heel vaak peulvruchten en dergelijke gehad. Dat verteert niet goed bij mij.
Dus hoe kwam ik erbij dat dat nu plots zou veranderd zijn?

Ik eet ze zeker nog wel, hoor. Maar niet meer zo veel en vaak als in de weken ervoor. Bovendien heb ik ook ondervonden dat ik veel beter tegen peulvruchten kan als ze geplet of gemixt zijn. Zoals bonen in een burger, linzen in de soep, kikkererwten in hummus. En met heel veel groenten erbij. Zo verwerkt mijn lichaam ze veel makkelijker.
Dat pompoenpitpoeder en dat bruine rijstpoeder waar ik het eerder over had doen me trouwens ook goed, voel ik. Als ik een smoothie maak, doe ik er om beurten een lepel van bij.

(Ik heb dan trouwens eens een weekje bijgehouden hoeveel essentiële aminozuren ik binnenkreeg met mijn oude, gevarieerde manier van eten en dat waren er voldoende.)
(Ter info: Aminozuren zijn de bouwstoffen voor de eiwitten die je lichaam nodig heeft, er zijn er verscheidene die essentieel zijn, die je lichaam dus niet zelf kan aanmaken en die je dus uit voeding moet halen. Dierlijke eiwitten bevatten die allemaal, plantaardige niet, dus moet je variëren om ze allemaal binnen te krijgen.)

Er zit sindsdien telkens een goeie twee weken tussen tegen dat ik me weer slapjes in de benen voel. Dan eet ik telkens (nog steeds walgend) een klein beetje vlees of vis.

En voel me dan ergens toch een beetje opgelucht dat het dat maar was, en niet mijn MS die opspeelt. En dat helpt wel een beetje.
Ik was me er niet eerder bewust van, maar blijkbaar draag ik die angst toch nog met me mee. Vroeger had ik dat niet zo, maar die gebeurtenis van tweeënhalf jaar geleden, die Menière-MS-combi en zijn lange nasleep, dat zit blijkbaar echt wel heel diep in mij gegrift.

Ik weet nu wel niet meer hoe ik me mag noemen. Vroeger noemde ik mezelf trots een flexitariër. Toen ik heel bewust nog wel wat vlees of vis at, maar veel vaker niet dan wel. Maar dat ben ik nu niet meer.
Een pseudo-vegetariër dan? Want in principe eet ik nu altijd vegetarisch. Tenzij ik voel dat mijn lichaam er nood aan heeft, dan forceer ik mezelf om toch wat vlees of vis te eten.

Ik troost me met de hoop dat mijn lichaam zich ooit alsnog aanpast zodat ik het niet meer hoef.

Waar ik wél blij mee ben: ik heb nog maar eens geleerd dat ieder mens, ieder lichaam, anders is, anders werkt, van andere dingen deugd heeft of net niet. Ik kan wel regeltjes doorgeven aan anderen, uiteindelijk is het uitproberen en zelf voelen wat het met je doet.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.