Etiketten

Sandra Rogiers Positivo Ofnie

In het zappen kwamen we wel eens op dat TV-programma terecht waarin heel mooie boomhutten gemaakt worden.

Er was iets aan de presentator dat vaag een beetje op mijn zenuwen werkte. Het ambetantste was dat ik het niet kon benoemen. Ik wist niet waarom. Het peuterde ergens aan in mijn binnenste…

Op een dag wist ik het: kinderlijk enthousiasme!
En van zodra ik dat etiket had om op hem te plakken, had ik zoiets van: a ja, dat is het, en dat past bij hem. Een soort opluchting.

Ik vind het echt erg om te moeten toegeven dat ik nu veel liever keek, met dat in mijn achterhoofd. Ik vond het nu zelfs een leuk trekje van hem.

Ik vind dat best wel vervelend van mezelf. Iemand die denkt open te staan voor alles en iedereen, ruimdenkend te zijn. Soms heb ik blijkbaar toch een etiket nodig om iemand beter te begrijpen.
En ik ben niet de enige.

Ik ken iemand die de diagnose Autisme Spectrum Stoornis gekregen heeft. Had ik nooit bij stilgestaan. Al die “symptomen” zag ik gewoon als persoonlijke trekjes.

Veel planning, structuur, zekerheid, tijd, voorspelbaarheid nodig hebben.
Niet zo makkelijk zelf contact leggen.
Dingen serieus opnemen.
Niet altijd doorhebben dat iets om te lachen is.
Minder makkelijke communicatie.
Dingen letterlijk nemen, waardoor er wel eens misverstanden ontstaan.
Sensorische gevoeligheid, heel snel overprikkeld.
Focussen op details waardoor minder overzicht op het geheel.

Die persoon blijft voor mij gewoon dezelfde, maar is zelf wel “blij” dat nu te weten.

Het voelt soms makkelijker om ergens mee om te gaan als je een etiket hebt, als je weet waaraan het ligt, wat je ermee of eraan kunt doen.
Als je dat aan je omgeving kunt vertellen. (Die er dan wel of niet rekening mee houdt.)

In die zin vind ik etiketten dan eigenlijk toch niet zo erg. Als het je helpt mensen (of jezelf) beter te begrijpen…
We zijn wie we zijn.