Het huishouden in de vakantie

Sandra Rogiers Positivo Ofnie

Aangezien ik vaak thuis ben, neem ik graag het meeste van het huishouden op mij.
Ik heb niet graag dat mijn man door de week nog vlug de vaatwas leegt of een mand was opplooit, hij is ’s morgens de eerste die vertrekt en ’s avonds de laatste die thuiskomt. Hij werkt voltijds, dus wil ik dat hij genoeg me-time heeft én neemt.
(Niet dat hij dat daardoor laat, hoor. Hij vindt dat ik zijn hulp gewoon moet aanvaarden, zodat ik me, in de tijd die ik daardoor bespaar, op andere dingen kan toeleggen.)

De kinderen hoeven al een tijdje eigenlijk ook niet echt heel veel te doen om dezelfde reden, naast school en huiswerk schiet er doordeweeks anders niet genoeg tijd over om ook nog te ontspannen en op te laden (en je weet hoe belangrijk ik dat vind).

Maar nu de kids drie weken vakantie hadden, vond ik dat ze toch een beetje meer mochten doen.
De eerste dag dat ik dat gevraagd had, ging heel goed, ze deden zelfs taakjes die ik hen niet gevraagd had!
Daarna ging het wisselend, zoals dat bij de meeste pubers gaat veronderstel ik, soms kwam er spontaan hulp, soms moest ik hen eraan herinneren.

Wat me het grootste stuk van de vakantie niet bewust opgevallen was, maar waar ik nu door mijn vorige blogbericht op lette: dit was toch ook weer een oefening in loslaten voor mij. Ik had moeite om niet de controle te hebben over wat hoe wanneer gedaan werd. Ik moest me geregeld inhouden om het niet uit hun handen te nemen omdat ik dingen sneller of efficiënter of op een heel andere manier doe.

Als ik de vaatwas vul kan er meer in én op zo’n manier dat het nog steeds proper is. Als ik de was ophang doe ik dat op zo’n manier dat plooien en strijken achteraf minder tijd in beslag neemt. Als ik de handdoeken opplooi doe ik dat op zo’n manier dat alles mooi in de kast kan. Om er maar een paar te noemen. En ik doe het meeste in de voormiddag, wanneer ik meest energie heb, dus als zij pas in de namiddag aan het werk begonnen, moest ik eerst een halve dag op nog niet afgewerkte taken kijken én moest ik na de middag kiezen tussen rusten of hen bijstaan.
(Ik koos pas na een tijd voor rusten. Tenslotte moeten ze het ooit eens helemaal alleen leren kunnen. (En zo was het ook makkelijker om niet de hele tijd “in control” te willen zijn. 😁))

Eergisteren wou Zoonlief graag koken, hij zag dat ik moe was na een drukke dag en stelde voor dat hij tonijnpasta zou maken, één van zijn favorieten.
Als ik dat klaarmaak, maak ik altijd drie schotels, want Dochterlief lust dat totaal niet. Voor haar maak ik dan Carbonara. Ik eet geen vlees of vis, dus voor mezelf doe ik dan iets met groenten die snel kunnen. (En Manlief, die lust zowat alles, dus hij heeft op zo’n avond een buffetje.😄)
Allemaal samen een kwartier werk, maar het is wel opletten en doordoen geblazen.

Ik zei dus tegen hem dat ik hem wel wou helpen door de Carbonara te maken. Hij wees me er een beetje bozig op dat hij net wou koken zodat ik dat eens niet hoefde te doen, en dat zus maar content moest zijn met gewoon gebakken spekreepjes door haar pasta.

Ik denk dat ik het op dat moment pas echt helemaal besefte. Dat ik altijd alles onder controle wil hebben, dat ik het altijd voor iedereen zo goed mogelijk wil doen, dat mijn manier niet de enige is, dat ik vaak denk dat ik de enige ben die het huishouden als een geoliede machine draaiende kan houden, dat iedereen een beetje moet toegeven,…

Eens zien of ik dat in de volgende schoolvakantie nog steeds ga weten.