Ik wil een kanariepietje zijn

Sandra Rogiers Positivo Ofnie

Ik ben destijds, toen ik de term net had leren kennen, naar enkele voordrachten en gespreksgroepen geweest, met titels als: Hooggevoeligheid, vloek of zegen?

Ik was al zó vaak “overgevoelig” genoemd, ik vond het alvast geen zegen.
Ik trok (en trek) me alles veel te veel aan.
Ik pikte vanalles op, voelde vanalles aan wat anderen blijkbaar niet eens opmerkten.
Ik nam alles met me mee.
Een emotiespons die alles opneemt.
Ik was na een ontmoeting soms helemaal uitgeput, voelde me soms leeggezogen, van het fenomeen “energievreters” had ik toen nog nooit gehoord.
Dus sloot ik me gaandeweg almaar meer af.

Tot ik ben gaan beseffen en aanvaarden dat mijn gevoeligheid en mijn zachtheid net mijn kracht is.
Als ik weer meer aanvoel, wat voor moois zou daaruit kunnen volgen?
Dus ben ik me beetje bij beetje weer gaan openstellen. Wat bijlange nog niet altijd even goed lukt. Ik vind het niet makkelijk die dunne grens te bewandelen tussen mijn muren genoeg laten zakken om dingen op te pikken om te kunnen helpen, en overspoeld, overweldigd en overprikkeld te worden door alles.
Maar het is belangrijk voor me dat ik dit steeds beter leer. Ik wil namelijk graag een kanariepietje zijn.

De kanariepietjes in de koolmijnen vroeger voelden het ook als eerste dat er iets niet klopte, en waarschuwden zo de mensen dat er iets aan de hand was.

(Oké, ik wil een kanariepietje zijn, maar dan zonder het stuk dat ik doodval door hetgene wat niet klopt. 😄)