Knock knock

Sandra Rogiers Positivo Ofnie

In de living komen terwijl de kinderen hun soort van discussie net soort van willen beëindigen met agree to disagree.

Zoonlief: “Ah. Mama.” en daarna tegen zijn zus: “Wacht.”

Dochterlief: “Jamaar zij telt niet!”

Het bleek te gaan over of een bepaalde mop grappig was of niet, en ik kan haar eigenlijk geen ongelijk geven, waar ik om moet lachen is nu niet meteen altijd dé maatstaf voor goeie humor.

Maar goed, ik mocht luisteren.

Z: Knock knock.(Het werd er dus zo één. Ik deed mee, zoals ik op TV al een paar keer gezien had.)
Ik: Who’s there?
Z: Hawai.
Ik: Hawai who?
Z: I’m fine, thanks, and how are you?
De eerste second reageerde ik niet. Want ik snapte hem niet.
Tot ik de laatste zinnen in mijn hoofd vlug nog eens herhaalde.
Bulderlach.
(Kan er nie aan doen, ik vind het hilarisch als het niet meteen is zoals je verwachtte.)

Tevreden gaf hij zus een blik van zie je wel, die zij beantwoordde met een blik van ja dat zegt toch niets.

Blij met mijn reactie zei hij dat hij nog een knock knock-mop gehoord had, maar dan een Nederlandstalige. (Een klop klop-mop dus eigenlijk.)

Z: Klop klop.
Ik: Wie is daar?
Z: Kie
Ik: Kie wie?
Z: Nee, dank u, liever een appel.
Als je vooraf al in een keigoeie bui was: hilarisch.
Humor van topniveau.
Echt.

(De dochter bevrijdde zich van zoveel onzin door zich zo snel mogelijk uit de living te verwijderen.)