Nood aan contact en verbondenheid

Sandra Rogiers Positivo Ofnie

Een nicht van me brengt wel eens één van haar vriendinnen ter sprake en ik was altijd benieuwd naar haar, ze klonk wel als iemand waarmee ik ook zou kunnen opschieten. Dus toen ze voorstelde om eens met zijn drietjes af te spreken was ik meteen enthousiast.

Normaal zouden we een ochtendlijke picknick houden in een bos, maar daar stak het weer een stokje tussen. We hadden geen zin in een verregend ontbijt dus kwam het voorstel om naar een ontbijtzaak te gaan, ergens waar ik nog nooit geweest was.

Ik weet niet of het was omdat die vriendin niet zo ver van mij woonde of omdat ze al wist dat ik geen held ben in het verkeer en om ergens langs straat te parkeren, maar ze stelde voor om me op te pikken.

Ik had min of meer een aftastend gesprekje verwacht tijdens die autorit, zonder mijn nicht als verbindend element, maar al na enkele minuten had ik het gevoel dat het heel erg klikte.

We kwamen toe in een gezellige ontbijtzaak waar ik nog wel eens naartoe wil. Ik ben blijkbaar niet de enige die niet van geroezemoes en luidruchtigheid houdt: er was een meer afgeschermd plaatsje geregeld. Zó op ons gemak was het niet moeilijk dat we anderhalf uur over ons ontbijt deden, babbelend en genietend.
Het voelde alsof we elkaar al jaren kenden.

Daarna zijn we nog gaan wandelen naar dat bos waar we eigenlijk zouden gaan picknicken, nu de wolken hun sponzen helemaal uitgewrongen hadden, er viel geen druppel meer uit.

Ik heb daar ook nog even in mijn eentje het kind uitgehangen terwijl de andere twee dames even gebruik maakten van de toiletten die vlakbij het speelplein waren waar ik vroeger altijd met de kinderen naartoe ging. Daar zijn ze al uitgegroeid, ik deed nochtans graag dat evenwichtsparcours terwijl zij op de andere speeltoestellen zaten. Dus kon ik het nu niet laten. Wat dan nog als iemand me raar zou aankijken, ik kende daar toch niemand.

Leuk! Het laatste stukje was een ronde paal, horizontaal op twee veren, dus nogal wiebelig. Ik geraakte er maar niet op. Een vrouw keek op en glimlachte naar mij. Tja, zei ik, ik wil het kind in mij naar boven halen, maar het wil precies niet meer! Blijven proberen, zei ze, wij doen dat ook altijd als we hier zijn. En toen lukte het. Maar bijna halverwege begon het zodanig te wiebelen dat ik niet meer verder raakte zonder mijn evenwicht te verliezen. De vrouw zag dat ik vastzat, stond recht en stak haar arm uit, zo zou het wel lukken, zei ze. Ik pakte haar arm vast en inderdaad, in één twee drie was ik aan het einde. Wat een beetje steun kan doen. We leken er allebei wel deugd van te hebben. Mijn hart kreeg er warm van…

En toen kwamen de dames net toe en konden we wandelend naar hartelust nog meer babbelen. Leuk, nog eens iemand ontmoeten waarmee het zo vanzelf lijkt te gaan.

Toen we in de auto zaten, was ik op slag moe. Toch vermoeiend, nieuwe mensen leren kennen. 😄
Maar leuk moe, het soort waarbij je na een kort dutje weer bruist van energie! En dat effect heeft nog een dag of twee aangehouden!

Nota aan mezelf: toch maar vaker de telefoon nemen en afspreken met mensen waarbij je het gevoel hebt dat gesprekken vanzelf gaan. Ik heb enorm veel deugd gehad van deze ontbijt-en-wandel-afspraak.

Tenslotte zijn wij mensen niet alleen een stukje van de natuur, we zijn ook sociale dieren met nood aan contact en verbondenheid…