Ook maar een mens

Sandra Rogiers Positivo Ofnie

Ik was iets best wel belangrijks vergeten.

Shit!!! Allee! Hoe kon ik dat nu vergeten! Normaal schrijf ik zoiets altijd op, dat ik dat nu niet gedaan heb! Hoe kan dat toch?

Tot mijn eigen verbazing bleef ik maar een minuut of vijf hangen in dat ambetant gevoel. Tenslotte was het nu ook weer niet zó erg, het kon snel opgelost worden, no harm done.

Ach ja, zei ik tegen de kinderen, dat bewijst dan maar dat ik ook maar een mens ben.

Zoonlief keek weer guitig en mysterieus op en zei:
Óf misschien ben je wel een alien en doe je menselijk omdat we dat niet zouden ontdekken!
En ik: ’t Was wel niet de bedoeling dat je dat doorhad, hé!

Heerlijk, opgroeiende kinderen. Je kunt daar niet alleen dingen aan leren (of vàn leren), je kunt er ook eens mee zeveren, of serieuze gesprekken mee hebben.

Even leuk als met ze praten vind ik het non-verbale.
Die weten natuurlijk al een tijd dat ik ook maar een mens ben, met mijn sterke en mindere puntjes. Vinden ze niet erg. Tonen ze genoeg.

Als ik mijn fouten niet wegsteek, weten ze dat zij dat ook niet hoeven. Zij zijn ook maar mensen, met hun sterke en mindere puntjes. Vinden we niet erg. Tonen we genoeg.
En we zien elkaar er niet minder graag om.