Over onzichtbare grenzen en zelfzorg

Sandra Rogiers Positivo Ofnie

(Een sùùùùùùùùùùùùùùùùperlange blog voor wie nieuwsgierig zou zijn waarom ik meer dan een week niet geschreven heb. In stukken en beetjes af en toe een paar alinea’s getypt, zoals in de begintijd van mijn blog, dus vergeef me als het niet altijd even samenhangend is. Proficiat als je tot aan het einde raakt, het is bijna een half boek geworden, haha, het moest er allemaal eens uit.)

O ironie.
Ik had nochtans nog maar net geschreven dat ik heel goed weet wat ik allemaal moet doen om voor mezelf en mijn gezondheid en energie te zorgen.
Maar soms is het uit je handen…

Het begon vorige week, op de laatste examendag. De kids waren al thuis en er hing vakantiesfeer in de lucht. Ik wou die namiddag bloembollen planten zodat we samen aan de vakantie konden beginnen, die moesten dringend in de grond geraken. Ik haalde alles uit wat ik nodig had en toen ik eraan wou beginnen, overviel het me. Het ging niet. Het was te warm voor mij, ik was op slag moe en futloos, ik ruimde alles terug op, ging naar binnen en had een blètmomentje.

Mijn man vroeg wat er scheelde.
Ik heb nog niets gedaan vandaag en ik heb alweer geen energie meer.
Waarop mijn man zich een beetje boos maakte. (Als je gerustgesteld moet worden: hij wordt niet vaak boos op me, hoor, enkel als hij bezorgd is om me.)
Wanneer ga jij eens beseffen dat je niet niets doet?! Je hebt zowat de hele examenperiode heen en weer gereden met de kinderen, de één moest dan op school zijn of naar huis gaan, de ander dan, en tussenin hou je ook nog het huishouden draaiende! Je neemt veel te veel hooi op je vork! Wanneer ga je eens je grenzen leren?!

Jah. Als die grenzen nu eens duidelijk zouden zijn, zoals wanneer je bij de grens met een ander land komt, maar nee, je eigen persoonlijke grenzen zijn gewoon onzichtbaar. Als alles goed gaat ren je uit puur enthousiasme maar energiek rond, dan is het niet moeilijk dat je plots BÁM tegen die onzichtbare grenzen aanknalt!

En soms, zo loopt het leven nu eenmaal, kan je niet anders dan doen wat nu eenmaal moet gedaan worden (of wil je gewoon iets leuks doen, waar je normaal ook van opkikkert).

Het verhaal is namelijk nog niet ten einde.
De volgende dag moest ik door onverwachte omstandigheden meer dan zes uur aan een stuk gefocust blijven, zonder afwisseling en zonder echt pauze te kunnen nemen.
’s Avonds was ik doodmoe, mijn ventje is zelfs naar de winkel geweest om voor het avondeten gewoon iets in de oven te steken.

De dag daarna was het verstandig geweest mijn leuke wandelafspraak af te zeggen en te rusten, maar ik dacht: het zal me goed doen, buitenkomen, babbelen, bewegen, bos, en ik had me voorbereid door in de voormiddag rustig aan te doen. Alleen duurde die wandeling een stuk langer dan we beiden verwacht hadden.
En daarna naar de bib, want onze boeken moesten die dag binnen en Dochterlief had nog een bepaald boek nodig voor school. Wat uitgeleend was.
Het was al redelijk laat, Manlief zou zo gaan thuiskomen van zijn werk, en ik was moe, dus op de terugweg haalde ik in het passeren iets voor in de oven voor het avondeten.

De dag daarna heb ik zoveel mogelijk niets gedaan. Alleen nog naar een andere bib gereden waar ze het boek wel nog hadden, en twee online oudercontacten (die goed verlopen zijn).
En toch was ik stikkapot. Dus deed ik die avond frieten. En kroop zo goed als direct daarna in bed.

Op Paaszaterdag voelde ik meteen nadat ik wakker werd dat er iets niet klopte. Mijn rechteroor zat weer toe, ik hoorde niet goed en tegelijk was ik enórm gevoelig voor geluid, alles klonk minstens tien keer zo luid als normaal, én het getuut in mijn hoofd was weer loeihard, ik leek het zelfs fysiek te voelen, alsof het getuut, gepiep, gesuis en geruis elke cel in mijn hoofd deed bewegen.

Ik begon direct te panikeren en te arme ikken! O nee! Mijn Menière speelt weer op! Beelden en gevoelens van twee-drie jaar geleden schoten me direct te binnen en ik voelde me superzielig.
Tot ik mezelf streng toesprak: Moet je overgeven? Nee. Draait de kamer rond? Nee. Dus het is niet zo erg als toen.
Waarop ik mezelf tegensprak: Jamaar, toen is het ook zo begonnen en verergerde dat alleen maar.
Ik zei rustig tegen mezelf: Het verschil met toen is dat je nu weet wat je eraan kunt doen.
A ja, da’s waar.
(Ik heb soms echt goeie gesprekken met mezelf. 😋)

Dus ben ik wat egoïstisch geweest en heb ik vooral aan mezelf gedacht.
Ik heb me geregeld teruggetrokken in mijn kamertje. Reiki, yoga, mediteren, visualiseren.
Lezen, weinig, want ik kon me niet goed concentreren…
(Wat er wel voor zorgde dat ik nog minder lang op Facebook zat: lange teksten liet ik passeren, ik scrollde gewoon door naar foto’s en memes, en stopte zelfs nog voor ik alles al bekeken had.)
Gewoon niksen ook, en dutten.

Dat was echt nodig, want àlles was mij te veel.
En het lawaai dat ik rond mij hoorde leek zich rechtstreeks midden in mijn hoofd te planten, waarna het razend en woedend tegen mijn schedel bonkte om er uit te geraken.
Voorbij rijdend verkeer, een verschuivende stoel, de swiffer die naast mij passeerde, de waterkoker, allemaal een marteling.
TV-kijken ook, het was al gauw te luid of te lang, en als er ook nog iemand doorheen praatte, leek mijn hoofd te ontploffen.

Zelfs energetisch of qua gevoel kon ik nergens tegen. De minste vraag om aandacht voelde overprikkelend en energierovend. Ik wou me soms als een klein kind trappelend op de grond gooien en roepen “IKKE, IKKE, IKKE!!”, ik voelde me niet in staat om te geven, alleen om te ontvangen.
(Achteraf gezien had ik misschien een bordje moeten uithangen: Onze excuses, deze afdeling is voor onbepaalde duur gesloten wegens onderhoudswerken, daarna staan we heel graag terug klaar voor u. 😉)

Het beetje energie dat ik had spaarde ik om eten te maken. Mijn lichaam snàkte gewoon naar vitamines en goeie vetten en vezels. Fruit en soep tussendoor, warme groentemaaltijden en rauwe slaatjes,…
En het grappige is dat ik nu wél op snelle ideeën kwam om iets gezonds klaar te maken. Het duurt een pak minder lang om pakweg portobello’s met feta in elkaar te flansen dan dat je naar de winkel gaat om iets makkelijks. Als ik moe ben werkt dat stuk van mijn hersens duidelijk niet.

Op maandagnamiddag wou ik op mijn tanden bijten en toch gezellig leuke dingen doen, we mochten toch íets aan ons verlengd Paasweekend gehad hebben? Ik had er deugd van, maar tegelijkertijd was het heel erg lastig. Elk geluidje was een aanslag op mijn zenuwstelsel. Naar de avond toe voelde het zelfs als een aanval op mijn lichaam, al het lawaai ketste tegen me aan leek zich aan me vast te klampen om nog wat na te zinderen.

Pas toen ik even later in bed lag, voelde ik het echt: een raar, zwaar, slap, licht trillend gevoel, vooral in mijn benen.
Weer panikeerde ik. O nee! Net als vorige keer! Nu ga ik nog last krijgen van mijn MS ook!
En weer sprak ik mezelf toe. Als een prooidier ternauwernood aan een roofdier ontsnapt, trilt het ook nog een tijd na, om de stress van zich af te schudden. En voor mij is lawaai ook stress, dus…
Een beetje gerustgesteld heb ik redelijk goed geslapen, en de volgende ochtend was dat gevoel in mijn benen inderdaad weg.

Een paar uur later was er echter alweer iets anders aan de hand.
Ik werd enorm draaierig. Lap, toch nog Menière – next level. Zoonlief bracht me naar bed, zette de hoofdsteun zo rechtop mogelijk, zette enkele kussens achter mijn rug, en bracht me twee emmertjes, voor het geval dat. Je moet me maar roepen als je me nodig hebt, hé, zei hij. Het duurde niet lang voor ik hem riep. Algauw mocht hij af en aan lopen met emmertjes, ik blééf maar overgeven. Op den duur bleef hij gewoon bij me zitten.

Ik was boos op mezelf dat mijn zoon voor mij moest zorgen. Ik voelde me schuldig, dit is niet hoe het hoort, de omgekeerde wereld. Tegelijk was ik ook wel dankbaar dat hij zo liefdevol en geduldig en zorgzaam was.

Ik voelde me ook ongelooflijk zielig. ’t Is weer van da…
Tot ik mezelf toesprak. Dat dit niet zou blijven duren. Dat ik erop mocht rekenen dat dit ook wel weer zou passeren, vroeg of laat. Na regen komt zonneschijn. Àltijd.

Toen ik anderhalf uur later alleen nog maar gal kon braken, bedacht ik plots dat ze me bij mijn ziekenhuisontslag twee-drie jaar geleden medicatie voorgeschreven hadden voor mocht het nodig zijn. Zoals je weet ben ik voor zo weinig mogelijk medicatie nemen, maar als het nodig is, is het nodig, en wie weet kon ik zo voorkomen dat ik er nog weken last van ga hebben.

Een klein halfuurtje later of zo ging de misselijkheid eindelijk over en ben ik in slaap gesukkeld. Slaap kan toch echt helend werken! Ik voelde me iets beter. Na een beschuitje of twee nog iets beter.

De dagen erna heb ik een deeltje van het huishouden gedelegeerd aan de kinderen (moeilijk, moeilijk, moeilijk) en moest ik ook eindelijk leren het resultaat ervan loslaten, natuurlijk is het niet zoals ik het zou doen, maar moet dat?

Zucht. Dat vele kleine beetjes drukte samen zo’n resultaat kunnen hebben.

Ik ben redelijk zeker dat de klap dat ik mijn praktijk wééral moest sluiten toch harder aangekomen is dan ik me bewust van was.
Moet ik maar leren loslaten en go with the flow…

Ik ben redelijk zeker dat ik me veel te druk maak in wat er nu wereldwijd aan de hand is, en aan het beleid en de aanpak daarvan.
Moet ik maar leren loslaten en go with the flow…

Ik ben redelijk zeker dat mijn nood aan een gedeeltelijk kluizenaarsbestaan ook bijgedragen heeft aan mijn stress.
Ik heb mezelf nog maar eens bewezen dat ik er echt behoefte aan heb alleen thuis te zijn (wel wetend dat ik ’s morgens, ’s avonds en in het weekend bij mijn gezin ben en dat ik ook wel eens andere mensen zie, dat geef ik grif toe!).
Zodra man en kinderen de deur uit zijn, kan ik mijn dag indelen zoals ik zelf wil. Alles op mijn tempo, huishouden, werken, oplaadmomentjes, rustige momentjes, wanneer en zo lang of kort als goed voelt voor me. Afspraken plan ik in wanneer het het best past voor mij en daarvoor of daarna doe ik ook wat best is voor mij.
Niemand die me komt storen bij wat ik doe (of niet doe), geen dichtpoefende deuren terwijl ik iets rustigs doe, niemand die me plots dringend nodig heeft, niemand die me komt vragen wat en wanneer we eten,…
Dat heb ik de laatste weken gemist.
Tja, moet ik maar leren loslaten en go with the flow…
(Zorgde er wel voor dat het niet meer op mijn zenuwen werkt als ze in de vakantie lang uitslapen, integendeel: ik geniet van die uurtjes me-time!)

En misschien heb ik het ook een beetje over me afgeroepen.
Toen de laatste examens gedaan waren, zei één van de kinderen: Joepie, vakantie, niets doen!
Waarop ik zei: relatief niks doen, ik zou het heel leuk vinden als jullie me nu en dan een beetje helpen.
Lang gezicht.
Ja zeg, zei ik, moeders hebben nooit vakantie, er is altijd wel iets te doen, ik zou ook wel eens een paar dagen willen niksen!
Heeft mijn lichaam toen gedacht “O, je wil niksen? Zorgen we voor!”?
Ik laat dat idee maar los. Go with the flow.

Ik blijf rustig aan doen. Zolang geluid nog pijn doet (gelukkig klinkt alles al maar drie tot vijf keer zo luid meer als normaal, naargelang de omstandigheden), en zolang mijn tinnitus me belemmert in mijn normale doen (gelukkig klinkt het al niet meer de ganse dag alsof er iemand constant met een haardroger naast mijn oren loeit of alsof het buiten hevig regent of waait of alsof er een kind in mijn oren tiert of alsof er iemand continu met een mixer bezig is, soms is het al maar zoals de sneeuw-ruis of het testbeeld van een oude TV van vroeger), zet ik mezelf op de eerste plaats. Voelt egoïstisch maar is het eigenlijk niet, integendeel zelfs, zou ik durven zeggen. Zelfzorg is essentieel. Als je niet voor jezelf zorgt, kun je er ook niet zijn voor anderen.
En ik probeer het echt: go with the flow. Aanpassen aan de situatie, loslaten, erop vertrouwen dat alles met een reden gebeurt en dat alles wel vanzelf weer goed komt en naar beste vermogen toch ook voor mezelf blijven zorgen.

Komt wel goed.

(O ja, als je me ergens ziet rondwandelen met mijn armen voorzichtig voor mij uit tastend, dan ben ik op zoek naar waar die onzichtbare grenzen nu precies liggen. 😄)