Over slapeloosheid, constipatie, angstaanvallen en een spiegelcinema

Sandra Rogiers Positivo Ofnie Leave a Comment

Ik heb enkele slapeloze nachten en geconstipeerde dagen achter de rug. Waarschijnlijk niet toevallig voorafgaand op mijn jaarlijkse MRI.

Het hielp niet echt dat ik op TV per ongeluk een MRI gezien heb. Het beeld startte met die kooi die rond het hoofd dichtgemaakt wordt. Dat zie ik normaal nooit, want zodra ik op die “inschuifplank” lig, doe ik mijn ogen dicht: wat ik niet zie is er niet.
Ik heb niet gekeken hoe hij in de MRI schoof, dan kon ik tenminste mijn fantasie aanhouden dat ik er maar net nipt met mijn hoofd in ga.

Dit jaar zag ik er echt al dàgen tegenop om dat alweer te doen. Op zo’n moment lijkt een jaar in een zucht gepasseerd.

Ik zorgde ervoor dat ik het in de voormiddag goed druk had, zodat ik afgeleid was van wat me in de namiddag te wachten stond. Misschien was dat niet zo’n goed idee. Tijdens mijn rustmoment ’s middags kwam het natuurlijk ten volle naar boven. Plots wou mijn borstkas precies niet meer openzetten bij het ademen, mijn buik nog minder, ik voelde me heel zielig en de tranen kwamen.

In de auto, op weg naar daar, nog eens.

In de auto, wachtend op de parking want ik was nog tien minuten te vroeg, nog eens.

In de wachtzaal nog eens. Maar veel heftiger. Ik kreeg gewoon écht geen adem. Ik had een beklemd gevoel, kreeg het warm en koud tegelijk, begon te hyperventileren. Handig, hoor, met dat mondmasker op! Ik probeerde zo hevig in te ademen dat ik dat masker vacuum trok of zo, waardoor mijn neusgaten afgesloten raakten en ik al helemààl geen adem meer kreeg.
(Het was dan weer wel handig om mijn tranen op te vangen.)

Ik werd boos op mezelf.
Komaan, zeg! Hier sta jij toch wel boven, zeker?! Met al die technieken die je kent om tot rust te komen!
Get a grip! Pull yourself together! Vervróuw jezelf! (Ja zeg, ik ben een vrouw, waarom zou ik “verman je” zeggen tegen mezelf?)

Langzaamaan werd ik wat rustiger. Ik concentreerde me op mijn puzzelboekje tot ik mijn naam hoorde.

Ik had mezelf helemaal onder controle. Jas en schoenen uit in de kleedkamer. Controleren of ik nog metalen voorwerpen aan of bij me had. Praten met de dame die me kwam ophalen om naar de MRI-ruimte te gaan. Me neerleggen op die plank. Oordoppen in.

En toen staken ze die kussentjes tussen mijn oren en die kooi om mijn hoofd te fixeren zodat ik zeker stil zou liggen in dat machien, en ik begon me daar op slag naar adem happend te hùilen…

Gelukkig waren het twee heel lieve, meelevende, begripvolle, attente dames op radiologie. Ze vroegen wat er scheelde. Was ik bezorgd om de uitslag? Was ik bang voor het onderzoek zelf? Of ik het al eens gedaan had met het spiegeltje?

Nee, ik had het nog nooit gedaan met het spiegeltje (had het nog nooit voorgesteld gekregen, want het was ook nog nooit nodig geweest), maar ik kon me niet voorstellen dat naar buiten kunnen kijken me zou helpen.
Ik vertelde dat ik normaal mijn ogen dicht hou en me voorstel dat ik aan de zee lig.

Awel, zeiden ze, we zullen het eens met het spiegeltje doen, je zult direct aan het strand liggen, geloof me. Vertrouw ons maar, hou deze keer maar je ogen open, het zal écht een wereld van verschil zijn!
Ze gaven me nog het belletje dat je altijd krijgt en verzekerden me dat ze in de buurt zouden blijven en dat ik zeker mocht bellen als er iets was.
En daar ging ik dan.

Uiteraard sloot ik mijn ogen om erin te schuiven, dat hoefde ik niet te zien. Zodra ik voelde dat ik stil lag, piepte ik nieuwsgierig met een half oog wat er nu te zien zou zijn.

Wàw! Ik weet niet hoe ze dat doen, maar ik had de illusie dat ik achteraan in een cinema zat en naar het verre scherm aan het kijken was. Er verschenen allerlei rustgevende natuurbeelden van de zee, bergen, groen,…
Het gaf me een gevoel van ruimte en ik werd rustig. Af en toe kwam dat duiveltje nog eens op mijn schouder tikken, zo van: hé, je denkt nu wel dat je in de cinema zit, maar eigenlijk zit je toch nog altijd in die nauwe buis, hoor! Maar ik kon hem telkens de mond snoeren. Ik zal zelf wel kiezen waar ik aan denk en wat ik aandacht schenk. En dat was op dat moment die prachtige natuurbeelden.

Ik ga niet zo ver gaan te zeggen dat ik het jammer vond dat ik eruit moest, maar ik ga dit wel onthouden voor volgend jaar. Dan vraag ik meteen om het spiegeltje, en dat ga ik me al dàgen van voordien inprenten, zodat ik niet weer van die angstaanvallen krijg.

Natuurlijk besef ik dat er iets achter die plotse angstaanvallen van dit jaar moet zitten. Ik ben er nog nooit fan van geweest, maar dit jaar was het echt wel erg.
Ging het echt om die smalle, enge ruimte?
Was ik deze keer toch bezorgd om de uitslag?
Ben ik het gewoon hartsgrondig strontmoe (sorry voor het woord, maar dat omschrijft het het best) dat ik om de haverklap naar het ziekenhuis moet voor controle en opvolging met MRI en bloedafnames en afspraken bij de oorarts voor de Menière en bij de neuroloog voor de MS, ook al voel ik me goed (genoeg)?
Ben ik kwaad op het systeem die dit in stand houdt?
Of heb ik misschien toch dezelfde angsten die de meeste mensen hadden, het afgelopen jaar, maar duw ik ze onbewust weg en proberen ze zich zo naar buiten te wurmen?

Dat peuterwerk laat ik nog even voor wat het is. Komt vanzelf wel boven.

Anyway…

In elk geval heb ik, toen ik thuis kwam, héérlijk naar het groot toilet kunnen gaan, ik geloof niet dat dat al ooit zó’n deugd gedaan heeft (als je het ordinair van me vindt dat ik dit zo zeg, dan ben je waarschijnlijk nog nooit dagen na elkaar geconstipeerd geweest) en ik heb vannacht heerlijk geslapen, dus het proces van loslaten is vast al voor een stukje begonnen…

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.