Paasweekend – Positivo? Ofnie?

Sandra Rogiers Positivo Ofnie

Ik denk graag dat ik een positivo ben, iemand die altijd het positieve ziet en optimistisch is, maar ik stel vast dat ik toch ook een ferm stukske kan zagen en klagen en (nééééé, dat mag nieeeee!) zelfs arme ikken.

Discussie met mezelf: schrijf daar dan niet over, niemand wil dat lezen, je moet de mensen oppeppen, niet naar beneden trekken!

Tegenover: altijd eerlijk schrijven. Zo is het leven toch, met ups en downs? Je mag de mensen ook herkenbare teksten/ervaringen aanbieden, iedereen voelt zich eens minder goed, en je hebt al vaker te horen gekregen dat dat troost of vertrouwen of moed schenkt…

Dus bij deze: sla gerust over. Of lees verder, wat jij wil. (Waarschuwing: zo’n lange blog heb ik vast nog nooit geschreven.)

Dit was mijn weekend:

Zaterdagochtend zat mijn ene oor weer dicht (was deze keer geen dampen tegen opgewassen), er klonk een ander soort gezoem/gebrom en ik voelde me scheef. Dat voorspelde niet veel goeds… (Kl*te Menière.)

Na het schrijven van mijn blog kroop ik terug in bed. Tenslotte kregen we ’s middags paasbezoek, en ik hoopte dat, zoals wel vaker, slaap het beste medicijn zou zijn.

Dus niet. Of toch niet zo snel. Toch liet ik het bezoek doorgaan. Het was bij ons thuis, voelde daarom wel veilig, het was enkel om te eten, en we hadden gelukkig gekozen voor broodjes, dus niet veel werk.

Na het bezoek terug in bed. Tenslotte had ik in de late namiddag afgesproken met een vriendin en nog enkele vriendinnen van haar om te gaan wandelen en onderweg meer over wilde kruiden te leren, gevolgd door samen eten. Ik hoopte dat, zoals wel vaker, slaap het beste medicijn zou zijn.

Dus niet. Of toch niet zo snel. Ik voelde me nog altijd scheef. Ik appte dus last minute dat ik er helaas niet bij kon zijn. Zoals een andere vriendin heel attent opmerkte: ik ging nochtans voor nog vaker in de natuur vertoeven, maar ik had geen zin om de hele tijd het gevoel te hebben dat ik elk moment in de gracht zou belanden. Of om de anderen tot last te zijn.

Ik huilde, want ik had er zó naar uitgekeken.

Ik huilde, want ik wíl geen teer, fragiel bloemeke zijn, dat zo makkelijk platgetrapt wordt… En ik bleef nog een uurtje in bed liggen.

Daarna was het nog steeds niet over, integendeel. Naar de avond toe neigde ik een paar keer echt naar opzij.

Intussen had ik ook nagedacht over waar dit vandaan kwam, omdat die vriendin bezorgd geappt had wat er scheelde. Ik moest eigenlijk niet lang nadenken, het korte antwoord was: teveel.

Het was wel vakantie, hé! Dus dan doe je al eens iets meer, dan ben je al eens meer samen, dan haal je al eens iets in.

We zijn een paar keer gaan winkelen (en eigenlijk hebben we nog niet alles wat we nodig hebben, zoals een jas voor de jongste, die groeit als kool), we zijn een paar keer iets gaan eten, we zijn een paar keer op bezoek geweest, we hebben een paar keer bezoek ontvangen, ik heb zelfs een paar keer ’s avonds afgesproken. Ik kon toch dutjes doen om slaap in te halen? Ik wou zo graag dat ik mijn ritme kon verplaatsen van ochtendmens naar avondmens, want ik heb zó vaak het gevoel dat ik allerlei leuks en interessants mis omdat het ’s avonds plaatsvindt. Maar zo werkt dat natuurlijk niet.

Vakantie, dus iedereen thuis, dus altijd wel iemand die mijn aandacht nodig heeft.

(Gewoon al het feit dat ik het zo verwoord zegt al genoeg. Maar ik had het zelf niet door. Gewoon koppig over mijn grenzen blijven gaan want “Ik kan dat wel!”.)

Deze vakantie had ik afgesproken met de kids dat zij vaat en was voor hun rekening moesten nemen, dus de vrijgekomen uurtjes gebruikte ik niet voor mezelf, ha nee, dan deed ik klusjes en taken die ook dringend gedaan moesten worden.

Daar kwam dan nog bij dat er weer werken in onze straat zijn (volgens mij al voor de derde keer sinds we hier wonen!), dus veel lawaai én alvast gepieker hoe we de komende maanden overdag over het open voetpad gaan geraken naarmate de werken vorderen, waar gaan we best de auto zetten, elke dag goed bedenken aan welke kant van de werken we de auto best zetten, geregeld vele kilometers moeten omrijden,…

Zoonlief die plots weer gevoelig is voor gluten, dat wordt weer goed nadenken en plannen en voorbereiden qua eten, thuis, onderweg, bij anderen,… Pfff, om moedeloos van te worden soms. (Nog iets dat achteraf gezien genoeg zegt. Heb ik normaal allemaal geen probleem mee…) Rekening houden met gluten, rekening houden met eentje die echt heel weinig lust, rekening houden met de vegetariër (ikke dus),… Nog een chance dat mijn man een makkelijke eter is.

Hoewel ik er normaal alle vertrouwen in heb dat we alles hebben (en gaan blijven hebben) wat we nodig hebben: met de steeds maar stijgende prijzen, denk ik geregeld ook wel eens na over geld. En kan ik het maken tegenover mijn gezin om voort te doen met een praktijk die na bijna drie jaar nog steeds niet voor wat extra inkomen zorgt? Het zou voordeliger zijn te stoppen, maar het zou ook kunnen dat het nog groeit… En ik wíl het zo graag, ik heb nog zo veel te delen, ik wil zo graag mensen helpen, ik wil zo graag mijn bijdrage leveren, en wat ga ik dàn doen (depressief worden, want geen doel? Alleen maar echtgenote, moeder, zus, vriendin zijn?),… What to choose, what to choose…

En ik ben redelijk zeker dat dat akkefietje met de neuroloog er ook in gehakt heeft. Als je je laat bang maken zorgt dat voor stress, of je je er nu bewust van bent of niet. Ik blijf overtuigd van mijn denkwijze, maar het zaadje is hoe dan ook geplant. (En ik wil het nochtans geen water geven…)

En dan nog wat er gaande is in de wereld.

En nog vele dingen waar ik nu even niet op kom…

Aaaaaah! Ik voel me zo wisselvallig en wispelturig en chaotisch! Als een echt ADHD’erke ketsen mijn gedachten, emoties, intenties, plannen, meningen, acties,… heen en weer, over en door elkaar heen, CHAOS!!!

Zeg… (bedacht ik na mijn “teveel”-appje naar die vriendin en alle gedachten die daarop volgden)

Zou dat nu toeval zijn dat mijn evenwicht raar doet op een moment dat ik me helemaal niet in balans voel?

De volgende ochtend, gisteren dus, voelde ik me al een stuk beter. Evenwicht was veel beter, alleen nog kabaal in mijn hoofd en, zo zou ik snel merken, weer heel gevoelig voor geluid. Ik zei dus tegen Manlief dat ik nog aan het twijfelen was of ik zou meegaan naar de familie-Paas-bijeenkomst (taart in de namiddag, pannekoeken ’s avonds, mmm), waarop mijn man zei: awel, hup, naar je kamertje dan, doe eens iets voor jezelf! (Zo erg, ik geef makkelijk goeie raad aan anderen, maar voor mezelf denk ik daar dan niet aan.)

Ik ben dan heel lang in mijn kamertje bezig geweest. Alleen. En daarna op blote voeten in de tuin. Alleen. Ik heb zelfs een potje gestaard. Deugd dat dat kan doen! Dan voel ik me als een robot die plots uitvalt en daar gewoon staat, niets ziend, niets horend, niets denkend, en plots weer uit slaapstand helemaal gereset wakker wordt.

Na het middageten nog een dutje gedaan en ik voelde me er klaar voor! Ik had oordoppen en zelfs koptelefoon mee zodat ik tussenin in de zetel wat kon slapen.

Dat liep even anders. Tijdens de taart was het alsof iedereen aan het roepen was. (Wat natuurlijk niet echt zo was.) Het werd erger en erger tot ik het gevoel had dat mijn hoofd op exploderen stond. En ik begon weer te huilen. Frustrerend. Gênant!

Mijn man bracht me na de taart naar huis. Weer paar uur in bed gelegen. En dààr heb ik ge-arme ikt. Waarom? Waarom komt het telkens weer terug?

Het antwoord is natuurlijk: omdat ik niet genoeg voor mezelf gezorgd en aan mezelf gedacht en met mezelf en mijn lichaam rekening gehouden heb!

Leer toch eens doseren! Leer toch eens meer tijd voor jezelf inplannen! Leer toch eens grenzen stellen! Leer jezelf toch eens kennen!

En weet dat je dan àlles aankunt. Dàn heb je weer vertrouwen.

(Ja, ik weet het. Het is dat toepassen dat zo moeilijk is.)

Hja.

Als ik dan toch een bloemeke moet zijn, dan liefst zo’n paardebloem. Als je die vandaag plattrapt dan komt er morgen of overmorgen toch weer een nieuwe tevoorschijn.

🌼