Parkingpraatje

Sandra Rogiers Positivo Ofnie Leave a Comment

Mijn dochter mocht eindelijk ook eens naar school. Voor slechts twintig minuutjes. Voor een soort evaluatiegesprek met de klastitularis. Dus heb ik haar gebracht met de auto.

Net voor we uitstapten zag ik twee parkeerplaatsen verder nog een auto toekomen. De twee inzittenden droegen een maskertje. Het meisje stapte uit langs de passagierskant en wandelde richting school. De bestuurder, een oudere man, bleef zitten.
Waarschijnlijk moest dat meisje ook niet lang aanwezig zijn op school en bleef haar grootvader dan maar in de auto op haar wachten.

Ik wandelde mee met mijn dochter tot aan de schoolpoort, nam afscheid met een knuffel (dat ik dat durfde in het openbaar! Ik vroeg me niet eens ongemakkelijk af of het wel duidelijk zou zijn dat we uit dezelfde bubbel komen), en ging daarna verder naar het centrum, nog geen kilometer verder, om boodschappen te doen.

Oké, oké, om naar de boekenwinkel te gaan. Deze addict had al tijden geen shot meer gehad… Al vond ik het deze keer minder leuk. Ik durfde niets vast te pakken of te doorbladeren. Ik liet mijn blik langs de boeken gaan in plaats van mijn handen. Ik had al snel gekozen, passeerde langs de kassa en ging terug naar de auto, waar we afgesproken hadden op elkaar te wachten.

(Even tussendoor, ik was dit eigenlijk al vergeten: een hele tijd geleden heb ik een periode gehad dat ik door willekeurige mensen aangeklampt werd voor een gesprek. Het was alsof ik uitstraalde dat ik een goeie luisteraar was. Of alsof er “praatpaal” of “klankbord” op mijn voorhoofd stond. Meestal vond ik dat wel leuk, één op één, je kon achteraf telkens merken dat ze er deugd van gehad hadden hun hart eens te luchten.

Maar soms gebeurde dat ook op ongepaste momenten, plaatsen of situaties, zoals wanneer ik op het punt stond te betalen in de winkel of wanneer ik in het zwembad bezig was met mijn baby’tje. En soms had ik gewoon zelf zoveel aan mijn hoofd dat het me allemaal teveel werd. Nee durven zeggen, dat kende ik toen nog niet. Onbewust begon ik me steeds onaanspreekbaarder op te stellen in het openbaar en dit werd stilletjesaan een gewoonte.
Nu ik me daarvan bewust ben, zou het dan makkelijker worden dit terug om te draaien?)

Toen ik terugkwam aan de auto zag ik dat de man uitgestapt was en tegen de auto leunend van de zon stond te genieten.
Het leek alsof een stemmetje me influisterde: ‘Allee, spreek hem aan.’
Er van uit gaand dat dat meisje gauw zou terugkomen stelde ik hem dus de koetjes-en-kalfjes-vraag ‘Ook aan het wachten tot ze terug is van haar gesprek?’.

En zo kwam ons gesprek op gang. Uiteindelijk deelde hij zijn angsten en bezorgdheden over het virus. Hij leek er wel deugd van te hebben zijn hart eens te kunnen luchten.

Toen kwam mijn dochter aan. Zij wou natuurlijk ook vertellen en ik wou dat natuurlijk ook allemaal horen, dus nam ik afscheid van hem. Vanuit de auto zwaaiden we nog eens naar elkaar, en daarna was het aan mijn meiske.

Hmmm, dacht ik achteraf, toch vreemd dat je zo’n gesprekken kunt hebben met iemand die je nooit meer gaat zien. Of misschien gaat dat net makkelijker om eens je ei kwijt te kunnen.

Moeten we vaker doen. Deugddoende parkingpraatjes.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.