Robotmaatschappij

Sandra Rogiers Positivo Ofnie

Jaren geleden moest je plots je overschrijvingen niet meer binnenbrengen bij de bank, je kon het zelf doen aan dat apparaat dat in de inkomhal stond. Handig.
Enkele jaren later kon je dat thuis op de computer doen. Nog handiger. Al kon je algauw niet meer zomaar binnenspringen in de bank om iets te vragen, aangezien “iedereen” alles online deed moest je daarvoor een afspraak maken.
En nog wat later verdwenen veel banken gewoon en moest je maar naar een andere gemeente als je eens iemand nodig had of geld wou afhalen.
Almaar minder service, almaar minder menselijk contact. Hoe moet dat dan met oudere mensen? Die geen weg kunnen met computers en die niet goed te been zijn om kilometers verder te geraken? Als die niemand hebben om hen te helpen, tja, jammer dan.

Jaren geleden kon je in een enkele winkel zelf je aankopen scannen. Gewoon dat pistool-achtig apparaatje erop richten telkens je iets neemt en in je kar legt. Handig voor drukke mensen, die moesten niet meer in de rij van de kassa’s wachten tot het hun beurt was en dan nog eens tot alles ingescand was.
Nu komen er steeds meer zelfscankassa’s in steeds meer winkels. (Of zoals ik laatst mocht ervaren: in nieuwe winkels zetten ze zodanig weinig gewone kassa’s dat je uit pure ergernis naar de zelfscankassa’s gedreven wordt.)
In veel winkels zit er al niemand meer aan de gewone kassa’s en móet je wel naar zo’n zelfscan-geval. Almaar minder service, almaar minder contact.
Wat met eenzame mensen, die dagelijks naar de winkel gaan om toch maar éven tegen iemand te kunnen praten? Ze hebben niet overal een gezellig buurtwinkeltje waar de vriendelijke verkoopster altijd wel tijd heeft voor een babbeltje…

In ziekenhuizen moest je plots niet meer aanschuiven aan het onthaal. Gewoon je paspoort in dat machien steken en je ticketjes en de wegwijzer kwamen eruit. Bovenkomen, aanmelden door je ticketjes af te geven en recht naar de wachtzaal. Geen afleiding meer om heel even niet meer zo nerveus te zijn voor het onderzoek of wat dan ook dat je te wachten staat.

Overal alsmaar minder menselijk contact.

En dan kwam C en ging het afstandelijk gedoe nog veel sneller en uitgebreider.

Je mocht vooral niet te dicht bij elkaar komen, zo veel mogelijk thuis blijven en zo weinig mogelijk buiten komen en dingen doen.

Thuiswerken was de norm, niet meer babbelen en lachen samen met de collega’s, wat het werk voor velen draaglijker maakte.
(Of helemaal níet werken, in bepaalde sectoren.)

Afstandsonderwijs. Wat soms bestond uit “Lees deze pagina’s/bekijk dit filmpje en maak dan die oefeningen.” en doorwerken tijdens de pauzes om klaar te geraken en daardoor toch zeker niet babbelen met je klasgenoten. Wat voor velen de enige reden was om nog een béétje graag naar school te willen gaan, die pauzes tussenin, het contact met vrienden en vriendinnen.

Niet gaan sporten in groep of in fitness- of sportzalen (ook al is bewegen van groot belang voor je weerstand, mentaal en fysiek). Je moest maar in je ééntje of met je gezinsbubbel gaan wandelen of fietsen.

Eten afhalen mocht op een bepaald moment, toen je niet naar de horeca mocht. Frietjes online bestellen (en online betalen) bij de plaatselijke frituur, ophalen op het gereserveerde tijdstip en wegwezen.
Gedaan met spontane babbels met iemand die daar toevallig ook net was.

Nu mag even weer wat meer, maar met het stijgend aantal testen en dus uiteraard automatisch ook weer meer positief getesten vraag ik me af voor hoe lang nog.

En ik hou mijn hart al vast als straks weer het snotvallingen-en-erger-seizoen begint. Een mens zou toch maar hopen dat hun V-tjes werken en dat er dus minder mensen in het ziekenhuis belanden (of eigenlijk hoopte ik ook op intussen veel meer ziekenhuisbedden en zorg aangezien die er andere jaren ook vaak tekort waren, en meer adviezen om zelf je gezondheid te versterken, maar dit terzijde), want anders kunnen ze ons voor eeuwig in een afstandelijke, zielloze, onmenselijke robotmaatschappij houden…
En dat zie ik niet zitten…