Samen opladen op zijn vrije dag

Sandra Rogiers Positivo Ofnie

Op de vrije dag van mijn ventje zijn we een paar uurtjes naar Brugge getrokken.

Niet om te shoppen. Sorry, winkeliers, dat we jullie niet gesteund hebben, maar als we niet met twee naar binnen mogen vind ik er niets aan.

Gewoon door de kleine straatjes dolen. Ik voelde me weer jong en vrij. Toen we nog met ons tweetjes waren deden we dat namelijk ook geregeld. En al onze wandelingen passeerden toevallig altijd langs onze favoriete crèmerie. Ook nu.

We waren benieuwd of het al open zou zijn. Er is een tijd geweest dat we nauwlettend in het oog hielden wanneer ze terugkwamen uit wintersluiting. Het mocht vriezen dat het kraakte, wij gingen dan om ons eerste ijsje van het jaar.
We hadden geluk: het was open én bij mooi weer dan nog. Genieten!

Tijdens onze wandeling zag ik iemand met een mondmasker waarop stond “WUK?”, wat in bepaalde streken van West-Vlaanderen “wàt?!” of “wablief” betekent, naargelang de situatie.
Dat zou nog iets voor mij zijn, dacht ik. Zeker als er achtergrondlawaai is liplees ik blijkbaar vaak ter ondersteuning van de klank van de woorden, en dat mis ik nu enorm.
Ik moet soms tot drie keer toe wablief zeggen voor één zin, echt genant.
Nu ja, ik heb al gemerkt dat ik bijlange de enige niet ben.

Wat verder kwamen we aan een stuk waar normaal terrassen staan. We vonden het uiteraard jammer dat dat nu niet kon.
Wél zagen we dat er één tearoom open was die take away koffie en warme chocomelk verkocht. Ik ging naar binnen en de eigenaar zag er ongelooflijk blij uit dat hij een klant had. Tja, wat ik aangenaam vond, dat er maar weinig volk rondliep in Brugge, is natuurlijk een ramp voor die mensen…

We dronken ons drankje op een stadsbankje op een paar meter van waar normaal hun terras had gestaan, naast nog een ander koppel dat anderhalve meter verderop ook op een bankje iets aan het drinken was.
(Ja, sorry, ik kon het niet laten nog een sneer uit te delen.)

We kozen een stadsparkje uit als weg terug naar de auto. Vanaf daar mochten de mondmaskers af. Dat was een echt “airgasm”, zoals ik eens ergens las.

Genietend van al dat groen babbelden we enthousiast verder.
Niets werkt zo goed om te babbelen als wandelen, vind ik.
(Of naast elkaar in de auto zitten.)

Toen we bijna aan de auto waren werd ik afgeleid door een combi die uit een zijstraatje kwam met twee gemondmaskerde agenten die ons aankeken.
Heel even dacht ik bang: hier buiten het centrum moet je toch geen masker dragen, hé? Maar ze reden verder…

Nu ben ik mijn draad kwijt, zei ik.
Een halve second later keerde mijn man een paar stappen terug en keek zoekend op de grond.
Oei, dacht ik, heeft hij iets laten vallen?
‘Wat zoek je?’
‘Ha, jouw draad, hé!’ 😂

Ik kwam opgeladen thuis.

Humor en leuke dingen doen en natuur en blijven genieten van de kleine dingen, ik denk dat we soms de noodzaak daarvan om gezond te blijven niet genoeg beseffen…