Tenslotte zijn wij ook een deel van de natuur

Sandra Rogiers Positivo Ofnie

Ik voelde me al een tijdje af en toe niet helemaal mezelf. Alsof ik mijn focus een beetje kwijt was. De dingen waar ik normaal mee bezig ben en me goed op kon concentreren, het lukte niet goed meer. Zelfs mediteren lukte niet: mijn gedachten sprongen van de ene naar de andere kant op, botsten tegen mekaar en maakten ruzie om het hoogste woord. Er was een soort ruis en dat zorgde ervoor dat mijn hoofd dan niet echt helder voelde.

Zélfs mijn schrijven zat in een dip, wat anders zó’n uitlaatklep is voor mij…
Ik heb nog onderwerpen genoeg, hoor, waar ik het eens over wil hebben, maar het kwam niet. Geen verhaal, geen samenhangend geheel.
(Behalve als het om zeeslangen ging, dan schreef het zich vanzelf.)

Toen ik op “zo’n” dag een kaart trok, kreeg ik “Verwarring”. Mja, dat beschreef wellicht heel goed de staat waarin ik me bevond.

Nog steeds kan ik de situatie waarin we nu al zowat anderhalf jaar zitten niet altijd even goed plaatsen. Meestal kan ik het wel van me afzetten. Het beste wat je volgens mij nu namelijk kunt doen, is er allemaal niet te veel mee bezig zijn en je eigen vibratie, je eigen trillingsfrequentie zo hoog mogelijk houden. Je geest, lichaam, mind blijven voeden met wat je oplaadt.
Maar toch vreet het soms aan me.

Op het juiste moment wakkerde een vriendin mijn interesse in planten en (“on”-)kruiden terug aan. Ik verdiepte me terug meer in wat zomaar overal groeit. Hoeveel verschillende soorten zie ik tijdens wandelingen? Wat mag je eten, wat beter niet te veel en wat zeker niet? Wat bevat geneeskrachtige stofjes, en waarvoor? Wat staat er allemaal in mijn eigen tuin dat er voorheen niet stond of waar ik gewoon over keek of wat ik nog niet kende?

Algauw merkte ik dat ik me op die momenten op mijn best voelde. Buiten. Thuis in de tuin, langs wilde graskanten in rustige straatjes, in bossen,… In de natuur dus.
Dus spendeerde ik als vanzelf meer tijd in de natuur, en voelde me elke dag een beetje beter.

Onderweg probeerde ik alles te determineren wat ik tegenkwam, en als ik het niet kende zocht ik het thuis op.

Ik schonk thuis meer aandacht aan mijn tuinkruiden, ik plukte wat op zijn mooist stond om te drogen voor later. De natuur leek zich aan te passen aan mijn tempo: als het ene gedroogd en weggestoken was, was het tijd om aan het volgende te beginnen.

En ook met enkele wilde kruiden die bij ons thuis groeien ben ik mijn voorraad aan het aanvullen. Vorig jaar groeide er voor het eerst kamille in onze tuin, slechts twee plantjes, ocharme. Ook al drinken wij wel eens graag kamillethee, ik liet ze met rust, konden ze maar een lekker geurtje verspreiden voor de bijtjes.

Dit jaar staat het vól! Niet voor niets zeggen ze dat je wat zomaar in je tuin groeit nodig hebt. We kunnen de rustgevende thee goed gebruiken nu!

Al enkele dagen pluk ik elke dag een klein kommetje vol, er goed op lettend dat ik de helft laat staan, wie weet hebben we er volgend jaar dan weer…
Het grappige is dat ik telkens sùpergefocust ben tijdens het plukken, eigenlijk mediteer ik dus tussen de bloemen…

Slechts één keer was ik afgeleid: toen een bij naar een klaproos vloog. (Ja, daar hebben we er dit jaar ook voor het eerst een paar van, geweldig mooi vind ik die.)
Ik zag hem zich helemaal rond de stamper wentelen en als-ie klaar was vloog hij naar de volgende om zich tegoed te doen. Zalig om te zien.

Ik voelde me een onderdeel van het stukje natuur in ons tuintje. Alsof ik meevibreerde op haar frequentie. Alsof mijn lichaam voelde (of misschien zelfs aangaf) dat ik daar hoor.

Nu ja, tenslotte zíjn wij mensen ook een deel van de natuur. Dat zouden we nog vergeten. Zouden we ons daardoor soms zo in de war voelen?