Voor mijn kinderen wel

Sandra Rogiers Positivo Ofnie

Helaas, helaas, driewerf helaas.
(Ik ga weer een zaagske spannen, hoor, als je niet in de stemming bent, sla vandaag dan maar over.)

Blijkbaar is de maskerkwestie besproken geweest op school, maar de conclusie bleef toch: laat hen nog maar even gemaskerd rondlopen.
(Ze moeten toch maar een paar weken meer, hé.)

De zoveelste regel waar ik met mijn verstand niet bij kan. Waarom mogen volwassenen meer dan jongeren? Ze zitten tijdens hun examens ocharme al maar met één leerling per bank, zwijgend en achter elkaar. Is dat dan besmettelijker dan met vier aan één tafel naar elkaar gericht babbelend en etend?

Ik vraag me eigenlijk al lang af hoeveel mensen er, net zoals ik, dat masker enkel dragen om geen boete te riskeren. (Of om andere mensen die er wél echt bang voor zijn niet te choqueren (want angst en stress staan erom bekend de weerstand naar beneden te halen, en daar wil ik dus ook liever niet aan mee doen.))

Tenslotte stond er op de verpakking dat dit niet helpt tegen vier russen.
Tenslotte hadden ze vorig jaar gezegd dat dit enkel schijnveiligheid biedt.
Tenslotte had er daar iemand op een bepaald moment beslist dat we ze moesten dragen omdat we anders wel eens zouden kunnen vergeten dat er iets heerste.

Ik merk toch meer en meer dat ik lang niet de enige ben.
Een tijdje terug, bijvoorbeeld, liep ik ergens waar het verplicht was in het stadscentrum. En bange broekschijter die ik ben, deed ik hem maar op, ook al was het nog vroeg op de ochtend en liep er nog zowat niemand rond, want er zou eens een politie-agent of stadswacht tevoorschijn moeten springen en een flinke geldsom van mij eisen omdat ik stout was.

Het probleem was dat ik daar alleen was, en dus geen arm kon vasthouden om mij te begeleiden, want met mijn door mijn heten asem aangedampte bril zag ik niet waar ik liep. Dus deed ik hem voor het eerst onder mijn neus. Ik kon hem altijd weer naar boven trekken als ik iemand tegenkwam.
(Ik weet nog dat ik dacht: rebelser dan dit wordt het bij mij niet, hoor.)

Wat later zag ik een oudere dame mijn richting op komen, net zoals ik met het masker onder haar neus.
We zagen elkaar op hetzelfde moment, trokken op hetzelfde moment ons masker omhoog en moesten er op hetzelfde moment om lachen.
Toch onnozel, hé, zei ze in het passeren, en dat verwarmde mijn hart…

En nu dit onnozel gedoe.
Ik heb voor het eerst iets durven schrijven naar hogerhand. Ze moeten meer aan onze kinderen denken.
Zou ik dan (éindelijk, héél langzaam en beetje bij beetje) voor mijn kinderen toch nog rebels worden?