We’ll meet again

Sandra Rogiers Positivo Ofnie Leave a Comment

Meestal ben ik wel hoopvol en optimistisch. Dan weet ik: This too shall pass.

Maar soms ben ik in zo’n bui dat ik het allemaal zó hartsgrondig kótsbeu ben. Dan heb ik het gevoel dat we in een wereldoorlog zitten. Die duren ook jàren.

Mijn grootouders hebben nooit veel verteld over de oorlog die zij als kind meemaakten. Één keer vertelde mijn pepé erover. Onder andere dat ze ’s avonds niet buiten mochten, en als ze dan toch nog gingen fietsen, dat hun fietslicht moest afgedekt zijn, zodat de vijandige vliegtuigen hen niet zouden kunnen zien.
Ze moesten de regels volgen, anders was de kans dat ze zouden sterven heel reëel.

En dat horen we nu ook om de haverklap.

Ik mag niet werken, want masseren mag niet. Tenzij je een kinesist bent natuurlijk, want iedereen weet dat massages om te ontstressen, wat trouwens een heel positief effect kan hebben op je weerstand, véél besmettelijker zijn dan harde massages om je rug terug goed te krijgen om weer naar je werk te kunnen gaan waar je elke dag verschillende mensen ziet.

Ik mag niet knuffelen, hoewel mijn behoefte eraan steeds groter wordt, ik heb soms het gevoel dat ik ga barsten van knuffelnood.
Ja, ik mag één knuffelcontact. Maar diens partner mag niet mee naar binnen, laat staan dat ik er mee mag knuffelen. Want iedereen weet natuurlijk dat, stél dat ik iets doorgeef aan mijn knuffelcontact, hij dat niet op zijn beurt gaat doorgeven aan zijn partner, want binnen koppels is het vast niet besmettelijk.

Ik mag niemand van mijn familie of vrienden zien. Of ja, jawel, maar dan moeten we wel onze kinderen, die ouder zijn dan twaalf, thuislaten omdat we maar met vier mogen “samenscholen”. Want iedereen weet natuurlijk dat ouders van tieners hun kinderen niet meer knuffelen en zodoende eenmaal terug thuis niets kunnen doorgeven.

Pfff…
Ja, sorry voor mijn gezaag en geklaag. Soms heb ik zo’n bui.

En als ik dan net in zo’n bui ben…
Iedereen die mij een béétje kent weet dat ik soms niet veel nodig heb om de sluizen open te zetten en het eens goed van me af te huilen.
Deze keer was dat een kerstkaartje…

Mijn man haalde een kerstkaartje uit de brievenbus en toen ik het las sprongen de tranen in mijn ogen. Onder de nieuwjaarswensen stond dit tekstje:

We’ll meet again, don’t know where, don’t know when, but I know we’ll meet again, some sunny day…

Het eerste wat door mij heen schoot was: ik ben niet de enige die het mist mensen te mogen ontmoeten, iedereen kijkt er naar uit weer meer contact te mogen hebben.
En het tweede: ja, we zullen elkaar weer zien. Op een dag. Ook een wereldoorlog is op een bepaald moment gedaan.

Gewoon nog even doorzetten. Hoopvol en optimistisch blijven. Positief denken. Genieten van het hier en nu dat we hebben. En weten:

This too shall pass.

En:

We’ll meet again.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.